Naar de inhoud
De beste indeling voor uw inbouwkast
Home De beste indeling voor uw inbouwkast

De beste indeling voor uw inbouwkast

Wilt u een inbouwkast indelen die past bij uw kleding? Wij zetten de hoogtes, dieptes en vakbreedtes voor u op een rij.

Dienst
Inbouwkasten en garderobes
Leestijd
7 minuten
Gepubliceerd
maart 2026

Een inbouwkast indelen doet u het beste voordat de kast er staat. Wanneer u eerst telt wat er in moet, volgt de verdeling vanzelf. Daarom beginnen wij bij uw kleding en pas daarna bij het front.

Onderdeel van Inbouwkasten en garderobes

Geschreven door Jan Smitsman

Hangruimte, legplanken, lades en schoenen: zo kunt u een inbouwkast indelen zonder loze hoeken.

Contact

Een kast van vloer tot plafond geeft veel ruimte. Toch loopt die ruimte snel vol met loze hoeken en dode plekken. Daarom kijken wij eerst naar wat u opbergt en pas daarna naar de deuren. Hieronder staan de maten die in de praktijk werken, plus de keuzes waar u het langst plezier van heeft.

Een inbouwkast indelen begint bij tellen

Ten eerste maakt u een lijst van alles wat erin moet. Hoeveel meter kleding hangt er nu? Hoeveel stapels truien liggen er? En hoeveel paar schoenen staan er eigenlijk in de gang? Deze getallen bepalen de verdeling van de vakken. Zonder die getallen blijft het gokken, en dan komt u altijd ruimte tekort.

In de praktijk meten wij uw huidige kast gewoon op. Wij schuiven de hangers tegen elkaar en meten de rij in centimeters. Zo weet u binnen vijf minuten hoeveel hangmeter u nodig heeft. Vervolgens tellen wij de stapels, de lades en de dozen erbij.

  1. Meet uw hangende kleding, korte en lange stukken apart.
  2. Tel de stapels gevouwen kleding en meet hoe hoog ze liggen.
  3. Tel schoenen, tassen, dekbedden en koffers.
  4. Noteer wat u dagelijks pakt en wat u een keer per jaar nodig heeft.
  5. Reken tien procent groei mee, want een kast raakt altijd voller.

Met dit lijstje stellen wij de vakken samen. Bovendien ziet u meteen of er een extra kastdeel nodig is.

Denk daarbij ook aan spullen die geen kleding zijn. Een strijkplank, een stofzuiger of een doos met gereedschap vraagt namelijk een eigen vak. Wie een inbouwkast indelen wil zonder later te schuiven, zet die vakken meteen op de tekening. Anders verdwijnt zo'n plank alsnog op de gang.

Hangruimte: welke hoogtes echt werken

Hangruimte vraagt de meeste diepte. Een gevulde hanger steekt ongeveer 50 tot 55 cm naar voren. Daarom houden wij een binnenmaat van 58 tot 60 cm aan. Is de nis ondieper? Dan draaien wij de roede een kwartslag, zodat de kleding dwars hangt. U ziet dan alleen de schouder, maar u wint wel twintig centimeter.

  • Lang hangvak voor jassen, jurken en lange rokken: 150 tot 170 cm.
  • Kort hangvak voor overhemden, blouses en colberts: 100 tot 110 cm.
  • Dubbele roede: twee korte vakken boven elkaar in hetzelfde kastdeel.
  • Hoogste roede: maximaal 185 cm, anders reikt u te ver.
  • Breedte per roede: 60 tot 100 cm, zodat de buis niet doorzakt.

Een dubbele roede verdubbelt uw hangmeters bijna. Toch past niet alles daarin, want een winterjas hangt tot ver over de onderste buis. Daarom combineren wij vaak een lang vak met twee korte vakken ernaast. Zo houdt u overzicht en blijft alles bereikbaar.

Zit de bovenste roede hoger dan 185 cm? Kies dan een uittrekbare kledinglift. Die trekt u met een beugel omlaag en vervolgens pakt u de kleding op ooghoogte. In een lage slaapkamer heeft u zo'n lift zelden nodig.

Meet daarnaast uw langste kledingstuk voordat u de roedes vastlegt. Een winterjas haalt al snel 140 cm en een lange jurk soms 160 cm. Ten tweede telt de bodem van het vak: houd onder een lang hangvak nog 5 cm speling. Anders sleept de zoom over de plank en trekt de stof scheef.

Legplanken, lades en schoenen verdelen

Gevouwen kleding ligt het prettigst op planken met 30 tot 35 cm tussenruimte. In vakken van 25 cm passen alleen kleine stapels, en die vallen sneller om. Daarnaast telt de vrije overspanning. Een plank van 18 mm zakt boven 80 cm zichtbaar door, dus werken wij bij bredere vakken met 25 mm materiaal of met een middensteun.

Een inbouwkast indelen met hangruimte, legplanken en uittrekbare lades
Lange hangruimte links, twee korte roedes rechts en lades op heuphoogte.

Lades kosten meer dan planken, maar u pakt er sneller iets uit. Daarom plaatsen wij ze het liefst tussen 40 en 120 cm hoogte. Daarboven kijkt u er niet meer in. Voor sokken en ondergoed volstaat een ladehoogte van 15 cm; truien vragen 25 tot 30 cm.

Schoenen bergt u het handigst op schuine plateaus van 20 cm hoog. Hoge laarzen vragen een open vak van 45 cm. Zet dat vak onderin, want die zone is toch het minst bruikbaar. Tot slot houden wij een leeg vak vrij voor de was en de strijk.

Verdeel de kast vervolgens in zones op hoogte. Tussen 60 en 180 cm ligt alles wat u zonder bukken pakt, dus daar hoort uw dagelijkse kleding. Onderin komen schoenen en zware dozen, bovenin de spullen van het andere seizoen. Zo blijft de kast ook over vijf jaar nog logisch. In de praktijk scheelt die verdeling elke ochtend een paar minuten zoeken.

Seizoensopslag boven in de kast

Boven de 200 cm begint de opslagzone. Daar bewaart u koffers, dekbedden en de kleding van het andere seizoen. Werk daar met dozen van gelijke maat en plak een label op de voorkant. Zo hoeft u niet elke doos open te trekken.

Let ook op de luchtcirculatie. Kleding in een dichte kast tegen een koude buitenmuur gaat na een winter muf ruiken. Daarom laten wij achter de achterwand een spouw van 20 mm vrij en boren wij een paar ontluchtingsgaten in de bodem. Voor bouwmaten en materiaaleisen kijken wij naar de normen die NEN publiceert.

Reserveer bovendien één vak voor spullen die er maar even liggen. Denk aan cadeaus, een half gepakte koffer of de was van gisteren. Zonder zo'n vak belandt dat alles op de vloer.

Wilt u zien hoe zo'n verdeling in een woning uitpakt? Bekijk dan onze uitgevoerde projecten. Op de pagina over inbouwkasten en garderobes leest u bovendien hoe wij inmeten, passen en plaatsen.

Materiaal, licht en afwerking

De indeling bepaalt de maat, het materiaal bepaalt de levensduur. Voor de kastbak gebruiken wij meestal 18 mm plaatmateriaal met een slijtvaste toplaag. De fronten maken wij in gelakt MDF of in fineer, afhankelijk van de rest van de kamer. Een achterwand van 8 mm houdt de kast haaks en vangt oneffenheden in de muur op.

Muren in oudere woningen staan zelden loodrecht. Daarom werken wij met een stelstrook van 20 mm langs de zijkanten. Die schaven wij op locatie precies passend, zodat er geen kier overblijft. Vervolgens stellen wij de kast waterpas en pas daarna hangen wij de deuren.

Licht maakt het verschil bij het kiezen van kleding. Een ledstrip achter de bovenregel verlicht de volle hoogte, en met een deursensor gaat hij vanzelf aan. Kies daarbij een warme kleurtemperatuur van 3000 kelvin. Zo blijven de kleuren van uw kleding herkenbaar.

Wilt u de kast greeploos? Dan frezen wij een greeplijst in de bovenrand of monteren wij push-to-open beslag. Houd er wel rekening mee dat push-to-open bij hoge fronten soms tegenwerkt. Bij een brede kast kiezen wij daarom liever die doorlopende greeplijst.

Uw inbouwkast indelen? Wij tekenen mee

Wij komen bij u thuis inmeten en tekenen de indeling op schaal uit. Zo ziet u per vak wat erin past, nog voordat er iets op maat gaat. Het plaatwerk laten wij bij een vaste partner zagen; passen, monteren en afwerken doen wij zelf bij u thuis. Wilt u samen uw inbouwkast indelen? Neem gerust contact op voor een afspraak.

De beste indeling voor uw inbouwkast

Uw kast samen indelen?

Wij meten uw slaapkamer in en tekenen de vakverdeling op schaal uit. Zo ziet u vooraf wat er in past. Vraag vrijblijvend een opname aan.

Contact